Opinie: Schrappen van de term ‘laagopgeleid’ is niet genoeg
Gepubliceerd: 5 april 2024
Waardering voor vakmensen bereik je niet door niet langer over hoog- en laagopgeleid te spreken. Er is veel meer nodig dan dat. Het tekort aan goede vakmensen los je alleen maar op door vakmensen daadwerkelijk opleidingsperspectief te bieden.
Het Nederlandse onderwijssysteem is volledig ingericht op de ontwikkeling van cognitieve vaardigheden. Theoretisch ingestelde leerlingen hebben legio kansen en mogelijkheden om zich te ontwikkelen. De keuzes aan opleidingen zijn enorm en als ze bijzonder getalenteerd zijn, kunnen ze zelfs doorstromen tot wetenschapper. Als je meer praktisch bent ingesteld, houdt je opleidingsperspectief echter heel snel op. Zeker getalenteerde leerlingen die juist hun vakmanschap verder willen ontwikkelen, komen er bekaaid vanaf.
Vakbekwaamheid ontwikkel je niet op een school. Vakbekwaamheid is het resultaat van heel veel ‘vlieguren’ maken in de praktijk. Je moet je vakmanschap letterlijk in de vingers krijgen. En daar gaat het mis, want binnen de bestaande opleidingsstructuur is de tijd voor oefening in de praktijk beperkt. De leerling gaat met een startkwalificatie van het mbo, maar zal daarna nog veel ervaring moeten opdoen om een volleerd vakman of -vrouw te worden. Een opleidingsstructuur waarbinnen dat kan, bestaat echter niet. En voor zover er wel een opleiding is, betaalt de overheid niet de kosten zoals dat voor theoretische vervolgopleidingen wel gebeurt.
Het tekort aan vakmensen heeft ook niet alleen met waardering te maken. Er zijn echt wel mensen die een specialistisch vak willen leren. Maar ze willen óók kunnen doorgroeien en excelleren. Getalenteerde vakmensen hebben net zo goed ambities en ze willen zich net zo goed kunnen onderscheiden als mensen die theoretischer zijn ingesteld. Maar daar zit nu net de crux. Hun kans om door te groeien of zich te onderscheiden is minimaal. Als er al een mbo is dat een specialistisch vak aanbiedt, dan kún je daarna niet ‘omhoog’ om je verder in je vak te bekwamen.
De Minister denkt het aanzien van het mbo ook te verbeteren door de meestertitel weer in te voeren. Hij ziet dit als interessante optie voor hoogwaardige technologische bedrijfstakken als de hightech, of voor de opwaardering van het mbo. Maar een meestertitel koppelen aan een mbo-diploma is misschien nog erger dan een vakmensen ‘laagopgeleid’ noemen. Een meestertitel verdien je niet op basis van een vier jarige opleiding in het mbo die ook nog eens meer uit theorie dan praktijk bestaat. Een meestertitel verdien je als je een excellent niveau van vakmanschap hebt bereikt door jarenlange uitoefening van je (specialistische) vak.
Nederland heeft behoefte aan een opleidingsstructuur waarin ook praktisch ingestelde mensen de kans krijgen om zich tot het hoogste niveau te ontwikkelen. Dat betekent dus niet dat je een meestertitel gaat koppelen aan een beginneling. Vakmensen moeten hun vaardigheden en talenten ook na het mbo kunnen blijven ontwikkelen en een carrière kunnen opbouwen die ondersteund wordt door passende opleidingsstructuur.
Wil de minister daadwerkelijk meer waardering voor vakmensen, dan moet hij eerst beginnen met het specialistisch vakmanschap te faciliteren. Door een doorlopende leerlijn voor vakmanschap, door validatie van vaardigheden (in plaats van alleen maar cognitieve kennis) én door de meestertitel te beschermen in plaats van te devalueren. Meer aanzien voor vakmensen is dus geen kwestie van het schrappen van de term ‘laagopgeleid’, maar vraagt om juist een visie waarin vakmensen net zoveel kansen en mogelijkheden krijgen als theoretici om ‘hoger opgeleid’ te worden!
Elrie Bakker-Derks, voorzitter AmbachtNederland
Yvonne de Ruijter, directeur AmbachtNederland

